ECLI:NL:CRVB:2020:1501
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep wegens niet tijdige betaling griffierecht
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Den Haag. Volgens de Algemene wet bestuursrecht (Awb) dient griffierecht te worden betaald bij het indienen van een beroepschrift en bij hoger beroep. Appellante werd meerdere malen schriftelijk herinnerd aan de betaling van het griffierecht van €128,- en kreeg een termijn om dit te voldoen.
Appellante deed een beroep op betalingsonmacht, waarvoor zij een formulier moest invullen en retourneren. Dit formulier werd tijdig ontvangen, waarna de Raad inkomensgegevens opvroeg bij de Raad voor Rechtsbijstand. Op basis van het verzamelinkomen van appellante werd geconcludeerd dat zij niet aan de criteria voor betalingsonmacht voldeed. Het beroep op betalingsonmacht werd afgewezen en appellante werd verzocht alsnog het griffierecht binnen de gestelde termijn te betalen.
Ondanks meerdere herinneringen en waarschuwingen werd het griffierecht pas na de gestelde termijn bijgeschreven. De Raad oordeelde dat appellante in verzuim was en verklaarde het hoger beroep niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door J.P.M. Zeijen op 16 juli 2020.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdige betaling van het griffierecht.