ECLI:NL:CRVB:2020:1496
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling mate van arbeidsongeschiktheid WIA en bevestiging van UWV-besluit
Appellant was werkzaam als medewerker distributiecentrum en meldde zich ziek met psychische en lichamelijke klachten. Het UWV kende hem een WGA-uitkering toe met een arbeidsongeschiktheidspercentage dat na bezwaar werd vastgesteld op 42,55%. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarbij zij oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat de beperkingen passend waren vastgesteld.
In hoger beroep voerde appellant aan dat het lichamelijk onderzoek onvoldoende was, dat diagnoses onjuist waren meegenomen en dat de duurbelastbaarheid niet conform standaard was beoordeeld. Tevens verzocht hij om benoeming van een onafhankelijke deskundige op grond van het arrest Korošec. Het UWV handhaafde het besluit.
De Raad oordeelde dat het medisch onderzoek adequaat was, dat de beperkingen juist waren vastgesteld en dat het beroep op het arrest Korošec niet slaagde omdat appellant voldoende gelegenheid had gehad om zijn standpunt te onderbouwen. De Raad bevestigde het bestreden besluit en wees het verzoek tot schadevergoeding af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de vaststelling van 42,55% arbeidsongeschiktheid en wijst het hoger beroep af.