ECLI:NL:CRVB:2020:1478
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging WIA-uitkering na medische en arbeidsdeskundige beoordeling bevestigd
Appellante was sinds 2009 arbeidsongeschikt door reumaklachten en ontving vanaf 2011 een WGA-uitkering. Na een herbeoordeling in 2016 werd vastgesteld dat zij belastbaar was voor licht, niet-stresserend werk met een urenbeperking, vastgelegd in een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML).
Het UWV beëindigde de WIA-uitkering omdat de mate van arbeidsongeschiktheid volgens nieuw onderzoek onder de 35% lag. Appellante maakte bezwaar en voerde aan dat haar medische beperkingen, met name neurologisch, waren onderschat en dat zij de geselecteerde functies niet kon vervullen.
De rechtbank benoemde een onafhankelijke deskundige die de beperkingen in de FML bevestigde. De Centrale Raad van Beroep volgde dit oordeel en oordeelde dat het UWV een deugdelijke medische en arbeidsdeskundige grondslag had voor het besluit. Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen en het hoger beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: De WIA-uitkering van appellante wordt terecht beëindigd wegens een arbeidsongeschiktheid van minder dan 35%.