Uitspraak
20.152 PW
artikel 8:57, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht heeft gesloten.
Centrale Raad van Beroep
Appellant had bijstand aangevraagd na intrekking van eerdere bijstand vanwege agressief gedrag tijdens een gesprek. Het college van burgemeester en wethouders van Tilburg wees de aanvraag af omdat appellant zich tijdens een ordegesprek op 25 april 2019 agressief gedroeg, waardoor het meldingsgesprek niet kon doorgaan. De rechtbank Zeeland-West-Brabant verklaarde het beroep tegen deze afwijzing ongegrond.
In hoger beroep voerde appellant dezelfde gronden aan zonder nieuwe feiten of onderbouwing. De Centrale Raad van Beroep onderschreef het oordeel van de rechtbank dat appellant de medewerkingsverplichting had geschonden. Uit het rapport van het college bleek dat appellant zich agressief opstelde, de spreekkamer verliet en op de grond spuugde, waardoor het meldingsgesprek niet kon plaatsvinden.
De Raad benadrukte dat het aan appellant is om feiten aannemelijk te maken die leiden tot inwilliging van de aanvraag. Het niet nakomen van de medewerkingsplicht is een geldige grond voor afwijzing van bijstand. Het hoger beroep werd afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De afwijzing van de aanvraag om bijstand wegens schending van de medewerkingsverplichting wordt bevestigd.