ECLI:NL:CRVB:2020:1435
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens te late indiening en onbekend gewijzigd correspondentieadres
Appellant diende op 6 februari 2018 een aanvraag om bijstand in, welke door het college van burgemeester en wethouders van 's-Hertogenbosch werd afgewezen. De rechtbank Oost-Brabant verklaarde het beroep van appellant tegen dit besluit ongegrond in een uitspraak van 19 april 2019, verzonden op 30 april 2019.
Appellant stelde op 13 juni 2019 digitaal hoger beroep in, maar dit was te laat aangezien de termijn zes weken bedroeg vanaf de dag na de bekendmaking van de uitspraak. De rechtbank had de uitspraak verzonden naar het toen bekende correspondentieadres van de gemachtigde, een postbus die inmiddels was opgeheven. Pogingen om de uitspraak op het nieuwe kantooradres te ontvangen volgden, maar de wijziging was niet tijdig bij de rechtbank bekend.
De gemachtigde stelde dat de adreswijziging in maart 2019 via het BAR-systeem was doorgegeven, maar kon dit niet met bewijs onderbouwen. De Raad oordeelde dat de rechtbank de uitspraak op de juiste wijze had bekendgemaakt en dat de gemachtigde daarnaast verplicht was de adreswijziging ook rechtstreeks aan de rechtbank door te geven.
De Raad verwierp het verweer dat de termijnoverschrijding verschoonbaar was, omdat de gemachtigde onvoldoende zorgvuldigheid betracht had om de rechtbank tijdig te informeren. Het hoger beroep werd daarom niet-ontvankelijk verklaard. Er werden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening en onbekend gewijzigd correspondentieadres.