ECLI:NL:CRVB:2020:1415
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens niet tijdige betaling griffierecht
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Rotterdam. De gemachtigde van appellante is bij brief van 29 februari 2020 en opnieuw bij aangetekende brief van 31 maart 2020 gewezen op de verplichting tot betaling van het griffierecht van €131,- binnen de gestelde termijnen.
Ondanks deze waarschuwingen is het griffierecht niet tijdig betaald. De Raad oordeelt dat op grond van de beschikbare gegevens redelijkerwijs niet kan worden vastgesteld dat appellante niet in verzuim is geweest.
Daarom wordt het hoger beroep kennelijk niet-ontvankelijk verklaard en wordt het beroep niet inhoudelijk behandeld. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door D.S. de Vries, in aanwezigheid van griffier E. Blijleven, op 8 juli 2020.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdige betaling van het griffierecht.