ECLI:NL:CRVB:2020:1410
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing schadevergoeding na naheffing inkomstenbelasting en verrekening toeslagen
Appellant ontving een nabetaling van zijn arbeidsongeschiktheidsuitkering en verzocht om schadevergoeding vanwege een naheffing inkomstenbelasting en verrekening van huur- en zorgtoeslag. Het UWV wees dit verzoek af en stelde dat de vordering was verjaard. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, omdat appellant al op 2 april 2012 bekend was met de schade en de verjaring niet was gestuit door een telefoongesprek of brief van 4 november 2016.
In hoger beroep voerde appellant aan dat de verjaring gestuit kon worden door erkenning van de schade, zoals bedoeld in artikel 3:318 BW Pro, en zag die erkenning in het telefoongesprek en de brief van 4 november 2016. De Raad oordeelde dat noch in het telefoongesprek noch in de brief sprake was van erkenning van de schade. Het telefoongesprek verwees slechts naar de mogelijkheid om een verzoek tot schadevergoeding in te dienen, en de brief gaf een toelichting op de nabetaling en verwees naar middeling bij de Belastingdienst.
De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank dat de vordering verjaard is en dat het hoger beroep niet slaagt. Er is geen aanleiding voor een veroordeling in proceskosten. De uitspraak is gedaan door de Centrale Raad van Beroep op 8 juli 2020.
Uitkomst: Het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen wegens verjaring en gebrek aan erkenning van schade.