ECLI:NL:CRVB:2020:1365
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ingangsdatum IVA-uitkering na beroertes en beoordeling duurzaamheid arbeidsongeschiktheid
Appellante, werkzaam als sociaal cultureel medewerker, ontving sinds 27 mei 2011 een WIA-uitkering wegens 80-100% arbeidsongeschiktheid. Na twee beroertes in 2014 meldde zij verslechtering van haar gezondheid. Het UWV kende haar op 15 februari 2017 een IVA-uitkering toe met ingang van 9 februari 2017, maar stelde de ingangsdatum bij bezwaar vast op 21 januari 2015.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen deze ingangsdatum ongegrond, mede op basis van het rapport van de verzekeringsarts bezwaar en beroep die stelde dat de uiteindelijke restfunctie pas zes maanden na de tweede beroerte medisch betrouwbaar kan worden vastgesteld. Appellante voerde in hoger beroep aan dat ook andere chronische aandoeningen duurzame beperkingen veroorzaakten.
De Raad oordeelt dat de ingangsdatum terecht is vastgesteld op 21 januari 2015. Volgens artikel 4 Wet Pro WIA moet de arbeidsongeschiktheid duurzaam zijn, wat inhoudt dat de medische situatie stabiel of verslechterend is en herstelkansen gering. De verzekeringsarts maakte een concrete inschatting van de duurzaamheid, waarbij revalidatie na de eerste beroerte en de medische situatie na de tweede beroerte leidend waren.
De Raad ziet geen reden om aan deze beoordeling te twijfelen en bevestigt de uitspraak van de rechtbank. Het verzoek om vergoeding van schade wordt afgewezen en er worden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: De ingangsdatum van de IVA-uitkering wordt bevestigd op 21 januari 2015 en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.