Uitspraak
19.4062 PW
12 augustus 2019, 19/1768 (aangevallen uitspraak)
Centrale Raad van Beroep
Appellanten dienden meerdere aanvragen in voor bijzondere bijstand op grond van de Participatiewet, onder meer voor kosten van griffierecht en eigen bijdrage rechtsbijstand. Het college van burgemeester en wethouders van Vlaardingen wees deze aanvragen af of stelde ze buiten behandeling vanwege voldoende draagkracht en het niet overleggen van gevraagde bankafschriften.
De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep tegen deze besluiten ongegrond, waarbij werd overwogen dat het college de draagkracht had vastgesteld op basis van het gemiddelde inkomen over drie maanden en dat het ontbreken van bankgegevens een geldige reden was voor buitenbehandelingstelling. Appellanten voerden in hoger beroep aan dat zij wel geldige legitimatiebewijzen hadden overgelegd en dat hun draagkracht lager was dan vastgesteld.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de gronden in hoger beroep een herhaling waren van eerdere bezwaren die reeds gemotiveerd waren weerlegd. De Raad bevestigde het oordeel van de rechtbank dat de draagkracht juist was vastgesteld volgens de beleidsregels en dat het ontbreken van bankafschriften rechtvaardigde dat de aanvragen buiten behandeling werden gesteld. Er was geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de bijzondere bijstand en de buiten behandeling stelling van aanvragen wegens draagkracht en ontbrekende bankafschriften.