ECLI:NL:CRVB:2020:1302
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek terugwerkende toelage voor adviseursfunctie bij Landelijke Eenheid
Appellant, werkzaam als adviseur bij de Landelijke Eenheid, verzocht met terugwerkende kracht een toelage toe te kennen die gekoppeld is aan specifieke functies binnen de eenheid. De korpschef wees dit verzoek af omdat de functie van appellant niet in het overzicht van functies met toelagen was opgenomen en appellant niet voldeed aan de strikte beleidsvoorwaarden.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat de korpschef in redelijkheid onderscheid kon maken tussen appellant en collega’s die wel in aanmerking kwamen voor de toelage. Appellant stelde in hoger beroep dat dit onderscheid onterecht was, met name vanwege een te restrictieve uitleg van het begrip interventie.
De Raad volgde dit betoog niet en bevestigde dat interventies betrekking hebben op strafrechtelijke handhaving door bijzondere bijstandseenheden, waarbij fysieke aanwezigheid en specifieke taken in het operationeel commando vereist zijn. Appellant maakte hier geen deel van uit, waardoor het onderscheid gerechtvaardigd was. Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het verzoek om met terugwerkende kracht een toelage toe te kennen is terecht afgewezen en het hoger beroep wordt verworpen.