ECLI:NL:CRVB:2020:1269
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling UWV na intrekking hoger beroep wegens tegemoetkoming
Appellante had hoger beroep ingesteld tegen een beslissing van het UWV. Het UWV nam op 10 januari 2020 een gewijzigde beslissing op bezwaar waarbij het geheel aan de bezwaren van appellante tegemoetkwam. Hierdoor trok appellante het hoger beroep in en verzocht de Raad het UWV te veroordelen in de proceskosten.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het UWV op grond van artikel 8:75a en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in de proceskosten kan worden veroordeeld wanneer het bestuursorgaan geheel aan de bezwaren tegemoetkomt en het beroep wordt ingetrokken. Omdat het UWV al kosten had vergoed in de bezwaarfase, ging het oordeel over de kosten in beroep en hoger beroep.
De Raad stelde de proceskosten vast op €1.050 voor het beroep en €525 voor het hoger beroep voor verleende rechtsbijstand. Daarnaast werd een deel van de kosten van een medisch rapport van een verzekeringsarts toegekend, gebaseerd op een uurtarief van €126,47 voor acht uren, wat neerkomt op €1.224,23 inclusief btw. Het totaal aan toe te kennen kosten bedraagt €2.799,23. Vergoeding van griffierecht moet appellante rechtstreeks bij het UWV aanvragen.
De uitspraak werd gedaan door B.J. van de Griend, voorzitter, op 18 juni 2020.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot betaling van €2.799,23 aan proceskosten aan appellante na intrekking van het hoger beroep wegens tegemoetkoming.