ECLI:NL:CRVB:2020:1247
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bruteringsbesluit bij herziening en terugvordering bijstand
Appellante heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van 's-Gravenhage om haar bijstand over de periode van december 2014 tot april 2018 te herzien en de gemaakte kosten terug te vorderen.
Het college heeft tevens een bruteringsbesluit genomen, waarbij de terugvordering is verhoogd met een bedrag. Het bezwaar tegen dit bruteringsbesluit werd door het college niet-ontvankelijk verklaard wegens termijnoverschrijding. De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond.
In hoger beroep stelde appellante dat de rechtbank de behandeling van het beroep tegen het bruteringsbesluit had moeten aanhouden totdat het terugvorderingsbesluit onherroepelijk was. De Raad oordeelde dat geen regel van recht dit in de weg staat en bevestigde het oordeel van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de rechtbank het beroep tegen het bruteringsbesluit mocht behandelen voordat het terugvorderingsbesluit onherroepelijk was.