ECLI:NL:CRVB:2020:1236
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot herziening besluit kinderbijslag na overlijden kind
Appellant had enkelvoudige kinderbijslag toegekend gekregen voor zijn kind, dat in 2015 is overleden. Na een eerdere uitspraak die geen recht op dubbele kinderbijslag gaf, verzocht appellant de Sociale Verzekeringsbank (Svb) om herziening van het besluit van 31 juli 2015. Dit verzoek werd door de Svb en later door de rechtbank afgewezen omdat appellant geen nieuwe feiten of omstandigheden had aangedragen die herziening rechtvaardigen.
In hoger beroep voerde appellant aan dat medisch onderzoek had aangetoond dat zijn kind volledig arbeidsongeschikt was, wat volgens hem recht gaf op een uitkering van de Svb. De Centrale Raad van Beroep oordeelde echter dat de argumenten reeds in eerdere procedures waren behandeld en dat het bestreden besluit niet evident onredelijk was.
De Raad nam de overwegingen van de rechtbank over en bevestigde de afwijzing van het verzoek tot herziening. Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in de proceskosten. De uitspraak werd gedaan door M.A.H. van Dalen-van Bekkum op 11 juni 2020.
Uitkomst: Het verzoek om terug te komen op het besluit tot enkelvoudige kinderbijslag wordt afgewezen wegens ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.