ECLI:NL:CRVB:2020:1229

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
11 juni 2020
Publicatiedatum
12 juni 2020
Zaaknummer
17/1825 WIA
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:57 AwbArt. 8:75 AwbArt. 8:75a AwbArt. 8:108 Awb
Verwijzingen
6 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Intrekking hoger beroep na tegemoetkoming UWV in bezwaarschrift, veroordeling in proceskosten

Appellant stelde hoger beroep in tegen een beslissing van het UWV inzake een WIA-uitkering. Het UWV kwam met een gewijzigde beslissing op bezwaar geheel tegemoet aan de bezwaren van appellant. Hierdoor trok appellant het hoger beroep in en verzocht de Raad het UWV te veroordelen in de proceskosten.

De Centrale Raad van Beroep liet het onderzoek achterwege vanwege de intrekking en oordeelde dat het UWV op grond van de Algemene wet bestuursrecht in de proceskosten moest worden veroordeeld. De kosten werden begroot op €1.050,- voor de beroepsfase en €1.050,- voor het hoger beroep, plus €102,96 voor medische informatie.

De Raad wees de vergoeding van griffierecht af en verwees appellant naar het UWV. De uitspraak werd gedaan door B.J. van de Griend, in aanwezigheid van griffier J.A. Achterberg, op 11 juni 2020.

Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld in de proceskosten van appellant na intrekking van het hoger beroep wegens tegemoetkoming in de bezwaren.

Uitspraak

Datum uitspraak: 11 juni 2020
17/1825 WIA
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:75a en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht
in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van
27 januari 2017, 16/1139 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[Appellant] te [woonplaats] (appellant)
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. R.G. van den Heuvel, advocaat, hoger beroep ingesteld.
Het Uwv heeft op 5 februari 2020 een gewijzigde beslissing op bezwaar genomen.
Bij brief van 10 februari 2020 heeft mr. Van den Heuvel namens appellant het hoger beroep ingetrokken en gelijktijdig aan de Raad verzocht het Uwv te veroordelen in de proceskosten.
Het Uwv heeft geen gebruik gemaakt van de gelegenheid een verweerschrift in te dienen.
Onder toepassing van artikel 8:57 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is het onderzoek ter zitting achterwege gelaten. Vervolgens is het onderzoek gesloten.

OVERWEGINGEN

Artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Awb bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van Pro de Awb in de kosten kan worden veroordeeld. Ingevolge artikel 8:108, eerste lid, van de Awb is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.
Namens appellant is het hoger beroep ingetrokken omdat het Uwv met de gewijzigde beslissing op bezwaar van 5 februari 2020 geheel aan de bezwaren van appellant is tegemoetgekomen.
Aangezien het Uwv reeds heeft besloten tot vergoeding van de gemaakte kosten in de bezwaarfase, moet de Raad nog slechts oordelen over de in beroep en hoger beroep gemaakte kosten.
De Raad ziet aanleiding om het Uwv te veroordelen in de kosten die appellant in verband met de behandeling van het beroep en het hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. De kosten worden, ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht, begroot op € 1.050,- in beroep (1 punt voor het indienen van het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting) en € 1.050,- in hoger beroep (1 punt voor het indienen van het hogerberoepschrift en
1 punt voor het verschijnen ter zitting).
Wat betreft de vordering van de gemaakte kosten van € 102,96 in verband met het opvragen van medische informatie bij GGZ Delfland, is de Raad van oordeel dat deze vordering voor vergoeding in aanmerking komt.
Voor vergoeding van het betaalde griffierecht kan appellant zich rechtstreeks tot het Uwv wenden.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep veroordeelt het Uwv in de kosten van appellant tot een bedrag van € 2.202,96.
Deze uitspraak is gedaan door B.J. van de Griend, in tegenwoordigheid van J.A. Achterberg als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 11 juni 2020.
(getekend) B.J. van de Griend
(getekend) J.A. Achterberg
GdJ