ECLI:NL:CRVB:2020:1227
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit college over bijzondere bijstand wasmachine als lening
Appellante, een gepensioneerde op grond van de Algemene Ouderdomswet, vroeg bijzondere bijstand aan voor vloerbedekking en een wasmachine. Het college wees de aanvraag aanvankelijk af, maar kende later bijzondere bijstand toe voor vloerbedekking als gift en voor de wasmachine als lening met een maandelijkse aflossing.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen de toekenning voor vloerbedekking niet-ontvankelijk wegens gebrek aan procesbelang en wees het beroep tegen de lening voor de wasmachine af. In hoger beroep voerde appellante aan dat de bijzondere bijstand voor de wasmachine ook als gift had moeten worden toegekend, mede vanwege andere dringende vervangingskosten in haar woning.
De Raad oordeelde dat het college een discretionaire bevoegdheid heeft om bijzondere bijstand voor duurzame gebruiksgoederen als lening of gift toe te kennen, en dat het beleid van het college om bij algemeen noodzakelijke kosten zoals een wasmachine een lening te verstrekken niet onredelijk is. Er was geen sprake van schuldhulpverlening die een gift zou rechtvaardigen. De maandelijkse aflossing was passend afgestemd op de financiële situatie van appellante. De overige kosten waren niet aangevraagd, zodat daarover geen oordeel kon worden gegeven.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het college bijzondere bijstand voor de wasmachine terecht als lening heeft toegekend en niet als gift.