ECLI:NL:CRVB:2020:1208
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling na intrekking hoger beroep wegens tegemoetkoming UWV
Appellante stelde hoger beroep in tegen een beslissing van het UWV, maar trok dit beroep in nadat het UWV op 9 december 2019 een gewijzigde beslissing op bezwaar had genomen die geheel tegemoetkwam aan haar bezwaren.
De Raad beoordeelde het verzoek van appellante om het UWV te veroordelen in de proceskosten die zij redelijkerwijs had moeten maken in bezwaar en hoger beroep. Het UWV maakte geen gebruik van de mogelijkheid om een verweerschrift in te dienen, en het onderzoek ter zitting werd achterwege gelaten.
De Raad stelde vast dat op grond van artikel 8:75a en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht het bestuursorgaan bij intrekking van het beroep wegens tegemoetkoming in de kosten kan worden veroordeeld. De proceskosten werden begroot op €1.050 in bezwaar en €1.050 in hoger beroep, plus €75 voor het opvragen van medische informatie.
De Raad wees het verzoek om vergoeding van kosten voor een schriftelijke zienswijze af omdat deze niet was ingediend. Vergoeding van griffierecht moest appellante rechtstreeks bij het UWV vorderen.
De Centrale Raad van Beroep veroordeelde het UWV tot betaling van €2.175 aan proceskosten aan appellante. De uitspraak werd gedaan door B.J. van de Griend op 11 juni 2020.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot betaling van €2.175 aan proceskosten aan appellante.