ECLI:NL:CRVB:2020:1199
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering IVA-uitkering wegens niet-duurzame volledige arbeidsongeschiktheid
Werkneemster was werkzaam als installatietekenaar en meldde zich ziek wegens psychische klachten. Het UWV kende haar een loongerelateerde WGA-uitkering toe, maar weigerde een IVA-uitkering omdat haar volledige arbeidsongeschiktheid niet duurzaam werd geacht. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en oordeelde dat er voldoende medische grondslag was dat verbetering mogelijk was binnen een jaar.
In hoger beroep bestreed appellante dit oordeel, maar de Raad bevestigde dat het UWV terecht heeft geoordeeld dat de arbeidsongeschiktheid niet duurzaam is. De verzekeringsarts bezwaar en beroep motiveerde dat er nog geen adequate behandeling had plaatsgevonden en dat herstel mogelijk was. Nadere inlichtingen bij behandelaars toonden aan dat verbetering uiteindelijk is ingetreden.
De Raad concludeerde dat het UWV terecht is uitgegaan van het ontbreken van duurzaamheid van de volledige arbeidsongeschiktheid op de datum in geding. De door appellante ingediende rapporten konden dit niet anders maken. Het hoger beroep wordt daarom afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de IVA-uitkering terecht is geweigerd omdat de volledige arbeidsongeschiktheid niet duurzaam is.