ECLI:NL:CRVB:2020:1184
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening bijstand en toepassing kostendelersnorm ondanks betwisting hoofdverblijf dochter
Appellante ontvangt bijstand als alleenstaande ouder en de gemeente Den Haag heeft haar bijstand herzien en teruggevorderd omdat haar dochter vanaf 1 juli 2015 tot 17 mei 2016 haar hoofdverblijf zou hebben gehad op het uitkeringsadres, waardoor de kostendelersnorm van toepassing is.
Na melding van mogelijke onjuistheden heeft de gemeente een onderzoek uitgevoerd met dossieronderzoek, waarnemingen en een huisbezoek. De dochter heeft verklaard dat zij meerdere adressen had maar dat haar hoofdverblijf vanaf 29 juni 2015 tot mei 2016 op het uitkeringsadres was. Appellante en de dochter bevestigden dit, ondanks latere tegenstrijdige verklaringen.
De Raad oordeelt dat de onderzoeksbevindingen en verklaringen voldoende feitelijke grondslag bieden om het standpunt van het college te ondersteunen. Waarnemingen van de auto van de dochter en haar aanwezigheid tijdens het huisbezoek dienen als steunbewijs. Het beroep van appellante op onvoldoende onderzoek of onduidelijkheid over bevoegdheid van opsporingsambtenaren wordt verworpen.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt daarmee de eerdere uitspraak van de rechtbank en wijst het hoger beroep af. Er worden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Hoger beroep wordt afgewezen en de herziening van de bijstand en terugvordering worden bevestigd.