Uitspraak
19.4468 WUBO
OVERWEGINGEN
BESLISSING
.
Centrale Raad van Beroep
Appellant, een uitkeringsgerechtigde burger-oorlogsslachtoffer, maakte bezwaar tegen een besluit van de Sociale verzekeringsbank waarbij zijn uitkering werd herzien na het overlijden van zijn echtgenote. Het bezwaar werd echter na de wettelijke termijn van zes weken ingediend.
De Raad beoordeelde dat appellant geen verschoonbare reden had voor de termijnoverschrijding, aangezien hij enkel aangaf geen rekening te hebben gehouden met de termijn. Er was geen sprake van omstandigheden die hem verhinderden tijdig bezwaar te maken.
Daarom verklaarde de Raad het bezwaar terecht niet-ontvankelijk en wees het beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard wegens niet-ontvankelijkheid van het bezwaar door termijnoverschrijding zonder verschoonbare reden.