ECLI:NL:CRVB:2020:116
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring beroep wegens termijnoverschrijding in WIA-uitkeringszaak
Appellante stelde beroep in tegen een beslissing van het UWV waarin haar WIA-uitkering werd beëindigd omdat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt werd geacht per 6 oktober 2017. De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep niet-ontvankelijk vanwege het te laat indienen van het beroepschrift, dat één dag na de termijn werd ontvangen.
In hoger beroep voerde appellante aan dat zij om medische redenen niet tijdig kon reageren, onderbouwd met een brief van haar psycholoog en een lumbaalpunctie die haar tijdelijk belemmerde. De Centrale Raad van Beroep oordeelde echter dat deze medische omstandigheden onvoldoende waren om de termijnoverschrijding te verontschuldigen, aangezien zij niet kon aantonen dat zij gedurende de gehele beroepstermijn niet in staat was om het beroepschrift in te dienen of hulp in te schakelen.
De Raad bevestigde daarmee het oordeel van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep niet-ontvankelijk. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd in het openbaar gedaan door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 16 januari 2020.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-verontschuldigbare termijnoverschrijding.