ECLI:NL:CRVB:2020:1097
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens niet tijdig betalen griffierecht
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Rotterdam. De gemachtigde van appellant is tweemaal schriftelijk gewezen op de verplichting om het griffierecht van €128,- binnen de gestelde termijnen te voldoen. Ondanks deze waarschuwingen is het griffierecht niet betaald binnen de gestelde termijnen.
De Centrale Raad van Beroep overweegt dat op grond van artikel 8:41 en Pro 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht het griffierecht verschuldigd is en dat niet-betaling binnen de termijn leidt tot niet-ontvankelijkheid van het hoger beroep. Gezien de beschikbare gegevens kan niet worden geoordeeld dat appellant niet in verzuim is geweest.
Daarom verklaart de Raad het hoger beroep niet-ontvankelijk zonder inhoudelijke behandeling. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter W.J.A.M. van Brussel en griffier D.W.M. Kaldenhoven op 13 mei 2020.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdige betaling van het griffierecht.