ECLI:NL:CRVB:2020:1096
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken beroepsgronden in zaak WMO
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam, maar het beroepschrift bevatte geen gronden zoals vereist volgens artikel 6:5 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
De gemachtigde van appellant kreeg bij brief van 18 december 2019 een hersteltermijn van vier weken om de gronden alsnog in te dienen, maar liet deze ongebruikt voorbijgaan. Vervolgens werd bij aangetekende brief van 20 januari 2020 een tweede hersteltermijn van vier weken gesteld met de waarschuwing dat overschrijding tot niet-ontvankelijkheid zou leiden. Ook deze termijn werd niet benut.
Er is geen reden gegeven die het verzuim kan verontschuldigen. Daarom verklaart de Centrale Raad van Beroep het hoger beroep niet-ontvankelijk zonder inhoudelijke behandeling. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
De uitspraak is gedaan door voorzitter W.J.A.M. van Brussel en griffier D.W.M. Kaldenhoven op 13 mei 2020. Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken schriftelijk verzet worden ingesteld.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van beroepsgronden ondanks hersteltermijnen.