ECLI:NL:CRVB:2020:108
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging maatregel verlaging bijstand wegens weigering arbeidsvoorziening
Appellanten ontvingen bijstand en appellant was verplicht deel te nemen aan arbeidsinschakeling volgens de Participatiewet. Appellant weigerde een stage bij de Haeghe Groep vanwege een incident uit 2009 en kreeg daarop een maatregel van 100% verlaging van de bijstand opgelegd.
De rechtbank matigde deze maatregel naar 30% voor één maand vanwege de gezinssituatie van appellanten, maar oordeelde dat appellant verwijtbaar had gehandeld. In hoger beroep voerden appellanten aan dat sprake was van maatwerk en dat het incident uit 2009 een geldige reden was om de stage te weigeren.
De Raad stelde vast dat appellant onvoldoende bewijs leverde voor het incident en dat er geen psychische belemmeringen waren die deelname aan de stage onmogelijk maakten. Het college had de maatregel passend gematigd tot 50%, maar verdere matiging was niet gerechtvaardigd. De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: De maatregel van 30% verlaging van de bijstand gedurende één maand wegens weigering van de arbeidsvoorziening wordt bevestigd.