Uitspraak
21 oktober 2019, 19/436 (aangevallen uitspraak)
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
BESLISSING
L.R. Scherpenzeel-Carlier als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar
Centrale Raad van Beroep
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Overijssel. De Centrale Raad van Beroep heeft appellant meerdere malen schriftelijk gewezen op de verplichting tot betaling van het griffierecht van €128,-, met duidelijke termijnen en betalingsinstructies.
Ondanks deze aanmaningen is het griffierecht niet tijdig voldaan. Op basis van de beschikbare gegevens is vastgesteld dat appellant in verzuim is. Hierdoor is het hoger beroep kennelijk niet-ontvankelijk verklaard, zonder dat verdere inhoudelijke behandeling heeft plaatsgevonden.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door J.P.M. Zeijen, met L.R. Scherpenzeel-Carlier als griffier. Tegen deze uitspraak staat binnen zes weken verzet open.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdige betaling van het griffierecht.