ECLI:NL:CRVB:2020:106
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening bijzondere bijstand woonkosten na beëindiging uitkering
Verzoeker had een uitkering en bijzondere bijstand voor woonkosten ontvangen, maar deze werden beëindigd door het dagelijks bestuur van de Intergemeentelijke Sociale Dienst Bollenstreek. Na bezwaar en beroep bij de rechtbank werd het besluit vernietigd, maar de rechtsgevolgen bleven in stand. Verzoeker vroeg vervolgens een voorlopige voorziening vanwege dreigende openbare verkoop van zijn woning.
De voorzieningenrechter oordeelde dat woonlasten in beginsel uit het inkomen moeten worden betaald en dat bijzondere bijstand voor woonkosten alleen kan worden toegekend bij bijzondere omstandigheden. De uitvoeringsregels beperken de woonkostentoeslag tot maximaal zes maanden, met een mogelijke verlenging van zes maanden bij bijzondere omstandigheden.
Het dagelijks bestuur had gehandeld conform deze regels en er waren geen nieuwe bijzondere omstandigheden die een verlenging rechtvaardigden. De voorzieningenrechter achtte het spoedeisend belang van verzoeker wel aanwezig, maar verwachtte dat de aangevallen uitspraak in de bodemprocedure in stand zal blijven.
Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de afwijzing van bijzondere bijstand voor woonkosten wordt afgewezen.