ECLI:NL:CRVB:2020:1046
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor medische kosten hond wegens ontbreken medische noodzaak
Verzoeker ontvangt sinds 1997 bijstand en vroeg bijzondere bijstand aan voor de medische kosten van zijn ernstig zieke hond. Het college wees dit af omdat de kosten tot de algemene kosten van het bestaan behoren en verzoeker deze zelf moet dragen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep stelde verzoeker dat zijn hond kanker heeft en een operatie nodig heeft, maar dat hij de kosten niet kan betalen. Hij erkende dat alleen bij medische of psychosociale noodzaak bijzondere bijstand mogelijk is, maar kon geen indicatie overleggen vanwege financiële beperkingen.
De Centrale Raad van Beroep benadrukte dat verzoeker aannemelijk moet maken dat er een medische of psychosociale noodzaak bestaat voor het houden van de hond. De enkele stelling dat de hond onmisbaar is en dat hij een bijstandsinkomen heeft, volstaat niet zonder concrete onderbouwing. Omdat verzoeker deze noodzaak niet aannemelijk maakte, was de afwijzing van het college terecht.
Het hoger beroep slaagde niet en er werd geen voorlopige voorziening toegekend. Ook werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak bevestigt daarmee de eerdere beslissing van de rechtbank.
Uitkomst: Het hoger beroep tegen de afwijzing van bijzondere bijstand voor medische kosten van de hond wordt afgewezen.