ECLI:NL:CRVB:2020:1010
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling functioneren ambtenaar onvoldoende en bezwaar ongegrond verklaard
Appellant, werkzaam als ambtenaar sinds augustus 2015, kreeg een negatieve beoordeling over de periode van augustus 2015 tot februari 2017. Na een functioneringsgesprek en een beoordelingsgesprek werd het functioneren als onvoldoende beoordeeld. Appellant maakte bezwaar tegen deze beoordeling, maar dit werd door de commandant ongegrond verklaard.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond. In hoger beroep stelde appellant dat de beoordeling in strijd was met het rechtszekerheidsbeginsel en het vertrouwensbeginsel, en dat onvoldoende verbeterkansen waren geboden. De Raad oordeelde echter dat appellant voldoende was geïnformeerd over de tekortkomingen en dat de periode tussen gesprekken voldoende was voor verbetering.
De Raad stelde vast dat de beoordeling op concrete feiten was gebaseerd en dat appellant geen bewijs leverde dat deze feiten buiten de beoordelingsperiode vielen. De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de negatieve beoordeling en verklaart het hoger beroep ongegrond.