Uitspraak
12 oktober 2017, 17/1807 (aangevallen uitspraak)
mr. Hemelaar verschenen, in aanwezigheid van [naam vader] , vader van appellante. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door drs. L.J.A. Edelaar.
Centrale Raad van Beroep
Appellante ontving bijstand op grond van de Participatiewet en beschikte in 2015 over een tegoed van €45.431,- op een bankrekening op haar naam. De gemeente Leiden ontving een belastingsignaal en startte een onderzoek naar de rechtmatigheid van de bijstand. Appellante had de bankrekening en het tegoed niet gemeld, wat een schending van de inlichtingenplicht opleverde.
Het college besloot de bijstand met terugwerkende kracht in te trekken vanwege het niet melden van het vermogen boven de vrijlatingsgrens. Appellante voerde aan dat het tegoed een bepaalde bestemming had en dat zij er niet vrij over kon beschikken, mede doordat haar vader gemachtigd was over de rekening. Ook stelde zij dat het tegoed een lening betrof die zij mogelijk moest terugbetalen.
De Raad oordeelde dat het tegoed op de bankrekening, gelet op de naam waarop deze stond, onderdeel was van het vermogen waarover appellante redelijkerwijs kon beschikken. De stelling dat het tegoed een lening betrof faalde omdat terugbetaling afhankelijk was van een toekomstige onzekere gebeurtenis. De Raad bevestigde de intrekking van de bijstand en de terugvordering, en verklaarde het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking van de bijstand bevestigd wegens niet gemeld vermogen.