ECLI:NL:CRVB:2019:911
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging buiten behandeling stellen aanvraag bijstand wegens niet tijdig verstrekken gegevens
Appellant had op 21 maart 2016 bijstand aangevraagd, maar deze aanvraag werd afgewezen vanwege onjuiste of onvolledige informatie over zijn woonsituatie. Na een bezwaarprocedure die niet ontvankelijk werd verklaard, diende appellant een nieuwe aanvraag in op 26 april 2016. Het college vroeg appellant om een verklaring over wijzigingen ten opzichte van de eerdere aanvraag, met een hersteltermijn tot 23 mei 2016. Appellant leverde deze verklaring niet in, waarna het college de aanvraag buiten behandeling stelde.
De rechtbank oordeelde dat de hersteltermijn redelijk was, mede omdat appellant slechts een verklaring van zichzelf hoefde te overleggen en het college niet hoefde te weten dat appellant een gemachtigde had. Appellant voerde in hoger beroep aan dat de hersteltermijn onredelijk was en dat de uitstelbrief niet aan zijn gemachtigde was gestuurd, maar deze gronden werden door de Raad verworpen.
De Raad bevestigde dat het college terecht de aanvraag buiten behandeling heeft gesteld omdat de gevraagde gegevens niet binnen de redelijke termijn werden verstrekt. Het achterwege blijven van berichtgeving aan de gemachtigde over het uitstelverzoek deed hieraan niet af. De Raad wees het hoger beroep af en bevestigde het bestreden besluit.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot buiten behandeling stellen van de aanvraag wordt bevestigd.