ECLI:NL:CRVB:2019:9
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewetuitkering na beoordeling Functionele Mogelijkhedenlijst bevestigd
Appellant meldde zich ziek met psychische klachten en ontving ziekengeld op grond van de Ziektewet. Na een eerstejaars beoordeling stelde een bedrijfsarts beperkingen vast in een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) en een arbeidsdeskundige selecteerde geschikte functies waarmee appellant nog 100% van zijn maatmaninkomen zou kunnen verdienen. Het UWV beëindigde daarom de uitkering.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond omdat het onderzoek zorgvuldig was verricht en de medische en arbeidskundige beoordelingen goed waren gemotiveerd. Appellant stelde in hoger beroep dat hij verdergaand beperkt was, onder meer door het Syndroom van Asperger, en leverde aanvullende medische rapporten aan.
De verzekeringsarts bezwaar en beroep nam extra beperkingen op in een gewijzigde FML, maar concludeerde dat appellant nog steeds geschikt was voor de geselecteerde functies. De Raad oordeelde dat er geen twijfel bestaat aan de juistheid van de FML en dat de arbeidsdeskundige de geschiktheid van de functies voldoende heeft gemotiveerd. Het verzoek tot benoeming van een medisch deskundige werd afgewezen.
Hoewel het bestreden besluit aanvankelijk ondeugdelijk gemotiveerd was, werd dit gebrek gepasseerd omdat het belang van appellant niet werd geschaad en het besluit met gelijke uitkomst zou zijn genomen. De Raad bevestigde de aangevallen uitspraak en veroordeelde het UWV in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: De beëindiging van de Ziektewetuitkering wordt bevestigd omdat appellant geschikt is voor andere functies volgens de juiste Functionele Mogelijkhedenlijst.