ECLI:NL:CRVB:2019:894
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor inrichtingskosten wegens ontbreken bijzondere omstandigheden
Appellante ontving sinds 2008 bijstand en verhuisde eind 2016 naar een grotere woning vanwege ruimtegebrek en slechte staat van haar vorige woning. Zij vroeg bijzondere bijstand aan voor inrichtingskosten, maar het college wees dit af omdat deze kosten voorzienbaar waren en appellante had moeten reserveren.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat appellante niet aannemelijk had gemaakt dat zij niet kon reserveren en dat er geen bijzondere omstandigheden waren die rechtvaardigen dat het college bijzondere bijstand verleent. Ook stelde de rechtbank dat appellante onvoldoende objectieve gegevens had overgelegd ter onderbouwing van haar stelling.
In hoger beroep herhaalde appellante haar argumenten, maar de Centrale Raad van Beroep vond geen nieuwe gronden die het oordeel van de rechtbank onjuist of onvolledig maken. De Raad bevestigde daarom de afwijzing van de bijzondere bijstand en wees proceskosten toe aan het college.
Uitkomst: De afwijzing van bijzondere bijstand voor inrichtingskosten wordt bevestigd wegens ontbreken van bijzondere omstandigheden en onvoldoende onderbouwing.