ECLI:NL:CRVB:2019:874
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van verrekening Ziektewet- en WW-uitkering door UWV
Appellante was werkzaam als onderwijsassistente en productiemedewerkster en ontving vanaf april 2017 een WW-uitkering. Na ziekmelding werd zij vanaf november 2017 met terugwerkende kracht in aanmerking gebracht voor een Ziektewet-uitkering. Het UWV verrekende de ZW-uitkering over november 2017 met reeds betaalde bedragen. Appellante maakte bezwaar tegen deze verrekening en stelde dat het UWV te weinig uitkering had betaald vanwege een onjuiste dagloonberekening.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af, omdat de dagloonberekening geen onderdeel was van het bestreden besluit. In hoger beroep stelde appellante dat het UWV onjuist had gehandeld, maar de Raad concludeerde dat het geschil beperkt was tot de vraag of de verrekening terecht was toegepast.
De Raad oordeelde dat het UWV de ZW-uitkering correct had vastgesteld en verrekend, en dat de dagloonberekening niet ter discussie stond binnen het bestreden besluit. Het beroep slaagde niet, en de aangevallen uitspraak werd bevestigd. De Raad wees ook het verzoek om schadevergoeding af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd; de verrekening van de ZW-uitkering door het UWV is juist.