ECLI:NL:CRVB:2019:808
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing recht op ziekengeld na eerstejaars Ziektewetbeoordeling
Appellant, voormalig magazijnmedewerker, meldde zich ziek en ontving een werkloosheidsuitkering. Na een eerstejaars Ziektewetbeoordeling stelde een verzekeringsarts beperkingen vast en een arbeidsdeskundige selecteerde passende functies. Het UWV besloot het recht op ziekengeld te beëindigen.
Appellant maakte bezwaar en kreeg deels gelijk van de rechtbank, die het besluit vernietigde maar de rechtsgevolgen in stand liet. Appellant voerde in hoger beroep aan dat zijn beperkingen werden onderschat en dat een onafhankelijke deskundige benoemd had moeten worden.
De Raad oordeelde dat het dossier voldoende medische stukken bevatte van behandelaars en dat appellant voldoende gelegenheid had gehad zijn standpunt te onderbouwen. De verzekeringsarts bezwaar en beroep had de beperkingen zorgvuldig en gemotiveerd vastgesteld, waarbij ook de arbeidsdeskundige bevestigde dat de geselecteerde functies medisch geschikt waren.
De Raad zag geen aanleiding tot benoeming van een onafhankelijke deskundige en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit van het UWV dat appellant geen recht meer heeft op ziekengeld blijft in stand.