ECLI:NL:CRVB:2019:789
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Tussenuitspraak over medische onderbouwing en herbeoordeling WIA-uitkering
Appellant, sinds 1981 assistent productieregelaar, kreeg een WIA-uitkering toegekend wegens lichamelijke en psychische klachten. Na een verzoek tot herbeoordeling handhaafde het UWV de mate van arbeidsongeschiktheid, waarop appellant beroep instelde. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar appellant ging in hoger beroep en vroeg om benoeming van een onafhankelijke psychiater.
De Raad benoemde twee psychiaters die concludeerden dat appellant op 1 april 2014 meer beperkingen had dan in de FML was opgenomen, met name op het gebied van aandacht, geheugen, doelmatig handelen en handelingstempo. Het UWV betwistte deze conclusies, maar de Raad vond het deskundigenrapport zorgvuldig, inzichtelijk en consistent.
De Raad oordeelde dat het bestreden besluit van het UWV een deugdelijke medische onderbouwing ontbeert en droeg het UWV op binnen vier weken de FML aan te passen conform het deskundigenrapport. Tevens moet het UWV beoordelen of de geselecteerde functies nog passend zijn en zo niet, andere functies selecteren en het verlies aan verdiencapaciteit vaststellen. Over de overschrijding van de redelijke termijn wordt nog geen oordeel gegeven.
Uitkomst: Het UWV wordt opgedragen binnen vier weken de FML aan te passen op basis van het psychiatrisch deskundigenrapport en het besluit te herzien.