ECLI:NL:CRVB:2019:741
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van vaststelling arbeidsongeschiktheid en passendheid functies volgens UWV
Appellante is sinds 1997 arbeidsongeschikt wegens nek-, arm- en longklachten en ontvangt sinds 1998 een WAO-uitkering. In 2014 werd zij opgeroepen voor een verzekeringsgeneeskundig heronderzoek, waarbij een psychiatrische expertise en functionele mogelijkhedenlijst werden opgesteld. Het UWV stelde haar arbeidsongeschiktheid per 3 februari 2016 vast op 45-55% en handhaafde dit besluit bij bezwaar.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, omdat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en de medische rapporten, waaronder die van psychiater Kondakçi, overtuigend waren. De geselecteerde functies werden als passend beoordeeld, waarbij de arbeidsdeskundige dit inzichtelijk motiveerde.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat haar beperkingen onvoldoende waren meegewogen, met aanvullend medisch bewijs. De Raad oordeelde echter dat deze informatie niet relevant was voor de situatie begin 2016 en bevestigde de medische grondslag en het oordeel over de passendheid van de functies.
De Centrale Raad van Beroep verklaart het hoger beroep ongegrond en bevestigt de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 18 juli 2017. Er wordt geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellante voor 45-55% arbeidsongeschikt is en dat de geselecteerde functies passend zijn.