Uitspraak
OVERWEGINGEN
Uw Uitkering als voorschot
WW-uitkering hoefde terug te betalen. De rechtbank heeft voorts geoordeeld dat er geen grond is voor het oordeel dat het Uwv onzorgvuldig heeft gehandeld.
Centrale Raad van Beroep
Appellant ontving van het UWV toestemming om gedurende een startperiode van 5 maart 2012 tot en met 2 september 2012 met behoud van WW-uitkering een eigen bedrijf te starten. Het UWV verstrekte de WW-uitkering in deze periode als voorschot, waarbij achteraf 70% van de inkomsten uit het bedrijf zou worden verrekend.
Na afloop van de startperiode stelde het UWV op basis van de definitieve belastingaanslagen vast dat appellant een te hoog voorschot had ontvangen en vorderde een bedrag van €11.785,80 bruto terug. Appellant maakte bezwaar, stellende dat hij niet goed geïnformeerd was over de terugvordering en dat afspraken met zijn werkcoach anders waren.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat appellant voldoende was geïnformeerd over de gevolgen van de startersregeling. De Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak en overweegt dat appellant had kunnen en moeten weten dat een deel van zijn inkomsten zou worden verrekend met de WW-voorschotten. Mondelinge onduidelijkheden en het niet ondertekenen van het werkplan doen hieraan niet af. Het hoger beroep wordt verworpen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellant het bedrag van €11.785,80 bruto aan te veel ontvangen WW-voorschotten moet terugbetalen.