ECLI:NL:CRVB:2019:698
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geen recht op WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid na zorgvuldig medisch onderzoek
Appellante, voormalig restauratief medewerker, meldde zich ziek met diverse gezondheidsklachten waaronder status na borstkanker, psychische klachten, COPD en chronisch hartfalen. Het UWV voerde een medisch onderzoek uit en stelde een Functionele Mogelijkhedenlijst op, waarna werd vastgesteld dat appellante minder dan 35% arbeidsongeschikt was, waardoor geen recht op een WIA-uitkering ontstond.
Appellante maakte bezwaar tegen dit besluit, dat werd afgewezen. De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat de beperkingen niet waren onderschat. Appellante voerde in hoger beroep aan dat de UWV-artsen haar beperkingen te licht hadden ingeschat en dat een onafhankelijke deskundige moest worden ingeschakeld.
De Raad volgde de rechtbank en oordeelde dat het UWV zorgvuldig had gehandeld, rekening houdend met alle medische informatie, waaronder de visie van de bedrijfsarts en re-integratierapporten. Er was geen aanleiding om het medisch oordeel te betwijfelen of een nader onderzoek te gelasten. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek tot schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit van het UWV wordt bevestigd.