ECLI:NL:CRVB:2019:673
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging WIA-uitkering na zorgvuldig medisch en arbeidskundig onderzoek bevestigd
Appellante meldde zich in 2009 ziek en vroeg een WIA-uitkering aan. Het UWV stelde vast dat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt was en kende later een loongerelateerde WGA-uitkering toe, die in 2015 werd beëindigd na herbeoordeling. Appellante voerde in hoger beroep aan dat de medische beoordeling onvoldoende rekening hield met haar handklachten en dat de urenomvang van de functies onjuist was vastgesteld.
De Raad oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat de verzekeringsarts zijn bevindingen inzichtelijk en begrijpelijk had gemotiveerd. De diagnose carpaal tunnel syndroom leidde niet tot een wijziging van de beperkingen. Ook de arbeidskundige beoordeling, waaronder de toepassing van de reductiefactor en de urenomvang van functies, was juist.
De Raad bevestigde dat het UWV terecht geen recht op WIA-uitkering meer toekent vanaf 17 juli 2015. De aangevallen uitspraak van de rechtbank werd daarmee bekrachtigd. Er was geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de WIA-uitkering van appellante terecht is beëindigd per 17 juli 2015.