ECLI:NL:CRVB:2019:664
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling functionering politieambtenaar met eindoordeel onvoldoende bevestigd
Appellant, werkzaam bij de politie sinds 1989, werd beoordeeld over de periode 19 januari 2015 tot 19 januari 2017 met een eindoordeel 'onvoldoende'. Na diverse functioneringsgesprekken en een coachingstraject stelde de korpschef dit oordeel vast op basis van onvoldoende scores op meerdere competenties.
Appellant stelde in hoger beroep dat de beoordelingsperiode niet verder terug mocht gaan dan 1 juli 2016, dat hij niet op de hoogte was van het voortgezette functioneringstraject en dat de korpschef het motiveringsbeginsel schond door verklaringen van negentien informanten onvoldoende mee te wegen. De Raad verwierp deze gronden omdat het Barp geen beperking van de beoordelingsperiode kent, appellant tijdens gesprekken voldoende op de hoogte was van zijn functioneren en de korpschef de beoordeling met voorbeelden onderbouwde.
De Raad concludeert dat de beoordeling zorgvuldig en gemotiveerd tot stand is gekomen en bevestigt het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de beoordeling met eindoordeel 'onvoldoende' wordt bevestigd.