ECLI:NL:CRVB:2019:622
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging zorgvuldig medisch onderzoek UWV en passendheid functies in WIA-uitkering
Appellant werkte sinds 1992 als verkoopmedewerker en meldde zich op 12 april 2013 ziek. Het UWV wees zijn WIA-uitkeringsaanvraag per 12 april 2015 af en verklaarde het bezwaar ongegrond. De rechtbank Limburg verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek zorgvuldig en conform de eisen was uitgevoerd.
Appellant stelde in hoger beroep dat zijn beperkingen onjuist waren vastgesteld en dat hij medisch gezien niet in staat was de geselecteerde functies te vervullen. Hij overwoog daarbij onder meer een Duitse rentebeslissing, huisartsinformatie en gemeentelijke ondersteuningsbesluiten. De Raad concludeerde echter dat het UWV-onderzoek gebaseerd was op dossierstudie, informatie van behandelaars en een psychiatrisch rapport, en dat er geen medische stukken waren die twijfel wekten over de vastgestelde arbeidsmogelijkheden.
De Raad onderschreef het oordeel van de rechtbank dat de geselecteerde functies passend zijn, rekening houdend met de beperkingen van appellant. Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in de proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.