Uitspraak
16.6078 WIA
OVERWEGINGEN
.Bij afzonderlijk besluit van 3 juni 2015 heeft het Uwv vastgesteld dat appellante met ingang van 4 augustus 2015 niet meer in aanmerking komt voor een WIA-uitkering omdat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt is.
Centrale Raad van Beroep
Appellante, werkzaam als administratief medewerkster, meldde zich ziek met gewrichts- en urinewegklachten en later ook psychische klachten. Het UWV kende haar een WGA-uitkering toe, die later werd beëindigd vanwege minder dan 35% arbeidsongeschiktheid. Appellante maakte bezwaar tegen dit besluit, dat door het UWV werd afgewezen na medische en arbeidskundige rapportages.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en oordeelde dat het UWV zorgvuldig onderzoek had gedaan en dat de geselecteerde functies medisch passend waren. Appellante voerde in hoger beroep aan dat haar fibromyalgie en vermoeidheidsklachten een urenbeperking rechtvaardigen, maar onderbouwde dit niet met nieuwe medische informatie.
De Raad volgde de rechtbank en het UWV. De verzekeringsarts had op basis van zorgvuldig medisch onderzoek geconcludeerd dat de klachten onvoldoende objectiveerbaar waren en dat de beperkingen in de Functionele Mogelijkhedenlijst adequaat waren vastgesteld. De Raad zag geen aanleiding voor het benoemen van een deskundige en bevestigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het UWV-besluit tot beëindiging van de WIA-uitkering wordt bevestigd.