ECLI:NL:CRVB:2019:594
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing WIA-uitkering na zorgvuldig medisch onderzoek
Appellante, voormalig medewerkster housekeeping, meldde zich ziek wegens rugklachten en vroeg een WIA-uitkering aan. Na medisch en arbeidskundig onderzoek stelde het UWV vast dat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt was en daarom geen recht had op een WIA-uitkering. Appellante maakte bezwaar en vervolgens werd dit bezwaar ongegrond verklaard.
De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van appellante tegen het besluit van het UWV ongegrond, waarbij werd geoordeeld dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en de beperkingen van appellante adequaat waren vastgesteld. De arbeidsdeskundige had duidelijk gemotiveerd dat appellante met haar beperkingen de geselecteerde functies kon uitvoeren.
In hoger beroep voerde appellante aan dat haar belastbaarheid niet juist was vastgesteld vanwege een groeiend aneurysma en diverse klachten zoals hoofdpijn en neurologische symptomen. De Raad oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig en volledig was, met inachtneming van alle klachten en medische gegevens. Er was geen medische grondslag voor extra beperkingen en de arbeidsdeskundige had terecht geconcludeerd dat appellante de functies kon vervullen.
Daarom werd het hoger beroep verworpen, de eerdere uitspraak bevestigd en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het besluit tot weigering van de WIA-uitkering wordt bevestigd.