ECLI:NL:CRVB:2019:562
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging WGA-loonaanvullingsuitkering na zorgvuldig medisch onderzoek
Appellante ontving sinds 2007 een WGA-uitkering, die in 2010 werd omgezet in een WGA-loonaanvullingsuitkering. Het UWV beëindigde deze uitkering in 2015 vanwege het niet verschijnen op spreekuren en het niet tijdig maken van afspraken.
Na bezwaar stelde het UWV in 2016 vast dat appellante recht had op een WGA-vervolguitkering met een arbeidsongeschiktheid van 36,22%. Dit werd later gecorrigeerd tot een WGA-loonaanvullingsuitkering zonder inkomenseis voor 24 maanden. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen dit besluit ongegrond, onder meer vanwege een zorgvuldig medisch onderzoek en een juiste arbeidskundige beoordeling.
In hoger beroep voerde appellante onder meer aan dat zij niet was uitgenodigd bij de uitspraak, dat er sprake was van naamsverwisseling, onjuiste functienaam en toezeggingen door een arbeidsdeskundige. De Raad verwierp deze gronden, bevestigde de zorgvuldigheid van het medisch en arbeidskundig onderzoek en oordeelde dat het beroep op het vertrouwensbeginsel niet slaagt zonder schriftelijke, uitdrukkelijke toezegging.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af, zonder aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de WGA-loonaanvullingsuitkering en wijst het hoger beroep af.