ECLI:NL:CRVB:2019:552
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstandsuitkering wegens verblijf langer dan vier weken in buitenland zonder zeer dringende redenen
Appellante ontving bijstand op grond van de Participatiewet en verbleef van 10 juni tot 9 september 2016 in Marokko. Het dagelijks bestuur trok de bijstand met ingang van 9 juli 2016 in omdat zij langer dan vier weken buiten Nederland verbleef, wat volgens artikel 13 lid 1 onder Pro e PW het recht op bijstand uitsluit.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond, omdat geen sprake was van zeer dringende redenen op grond waarvan bijstand toch verleend zou moeten worden. Appellante voerde aan dat haar medische situatie en de jaarlijkse reis met haar ouders naar Marokko dit rechtvaardigden, maar de rechtbank oordeelde dat dit niet volstond.
De Centrale Raad van Beroep onderschrijft dit oordeel en voegt toe dat appellante tijdens haar verblijf in Marokko werd verzorgd door familie, zodat in haar levensonderhoud werd voorzien. Het hoger beroep wordt verworpen en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand wordt bevestigd omdat geen zeer dringende redenen voor bijstandsverlening buiten de vier weken verblijf in het buitenland aanwezig zijn.