ECLI:NL:CRVB:2019:517
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering bijstand ondanks beroep op dringende redenen
Appellant heeft bijstand ontvangen over de periode van 13 augustus 2015 tot en met 17 mei 2016. Deze bijstand is ingetrokken en teruggevorderd omdat appellant geen melding heeft gemaakt van werkzaamheden, kasstortingen en kentekens op zijn naam.
In hoger beroep staat alleen ter discussie of er dringende redenen zijn om van terugvordering af te zien. Volgens vaste rechtspraak kunnen dringende redenen alleen bestaan uit onaanvaardbare sociale en financiële gevolgen die uitzonderlijk en individueel beoordeeld moeten worden.
Appellant heeft aangevoerd dat zijn detentieverleden en reclasseringstraject hem belemmeren, maar dit wordt niet als gevolg van de terugvordering gezien. Ook de stelling dat de terugvordering het gezag van de reclassering ondermijnt is niet onderbouwd. De Raad wijst erop dat appellant bescherming kan inroepen via de regels over de beslagvrije voet. Het hoger beroep wordt afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De terugvordering van bijstand wordt bevestigd omdat geen dringende redenen zijn aangetoond om hiervan af te zien.