ECLI:NL:CRVB:2019:504
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WGA-vervolguitkering bij arbeidsongeschiktheid van 45-55%
Appellant, voormalig systeembeheerder, heeft sinds 2008 gezondheidsklachten door hiv en neurosyfilis en ontvangt sinds 2010 een WGA-uitkering. In 2012 is een vervolguitkering toegekend op basis van 45-55% arbeidsongeschiktheid. Na meldingen van verslechtering in 2013 en 2015 heeft het UWV vastgesteld dat er geen toename van arbeidsongeschiktheid is.
Appellant stelde in bezwaar en beroep dat zijn beperkingen groter zijn dan vastgesteld, met name door oorsuizen, gewrichtsklachten en vermoeidheid die zijn functioneren beperken. Hij betwistte ook de geschiktheid van de geselecteerde functies en verzocht om vergoeding van wettelijke rente over vermeend onterecht niet uitbetaalde uitkering.
De rechtbank oordeelde dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek zorgvuldig en conform de eisen was uitgevoerd en dat appellant geen nieuwe medische informatie had aangeleverd die twijfel kon zaaien over de vastgestelde belastbaarheid. De Raad onderschrijft dit oordeel en bevestigt dat de beperkingen juist zijn vastgesteld en de functies passend zijn. Het hoger beroep wordt afgewezen en het verzoek tot schadevergoeding wordt niet toegewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het besluit van het UWV wordt bevestigd.