ECLI:NL:CRVB:2019:502
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing loongerelateerde WGA-uitkering bij 53,35% arbeidsongeschiktheid
Appellante, werkzaam als tuinbouwmedewerkster, meldde zich ziek met lichamelijke en psychische klachten. Het UWV stelde aanvankelijk vast dat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt was, maar na bezwaar werd dit herzien naar 53,35%. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, stellende dat het onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en de functionele mogelijkhedenlijst (FML) correct was vastgesteld.
In hoger beroep handhaafde appellante haar standpunt dat haar beperkingen niet voldoende waren meegewogen en dat de geselecteerde functies haar belastbaarheid overschreden. Zij overhandigde nieuwe medische verklaringen van haar fysiotherapeut en huisarts. De Raad concludeerde echter dat deze geen nieuwe relevante informatie bevatten over haar situatie op de peildatum en dat de eerdere medische beoordelingen en arbeidskundige rapporten voldoende en overtuigend waren.
De Raad oordeelde dat de functie medewerker tuinbouw, anders dan de maatgevende arbeid, geen overschrijding van belastbaarheid inhoudt. De eerdere rapportages gaven aan dat de functie geschikt is binnen haar beperkingen. De Raad bevestigde daarmee de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.