ECLI:NL:CRVB:2019:495
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling toegenomen arbeidsongeschiktheid binnen vijf jaar na eerdere WIA-afwijzing
Appellant, werkzaam als kwekerijmedewerker, meldde zich in 2007 ziek met knie- en later psychische klachten. Het UWV stelde in 2009 vast dat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt was, waardoor geen recht op WIA-uitkering ontstond. Deze beslissing werd na bezwaar en beroep gehandhaafd.
In 2012 meldde appellant zich opnieuw ziek en kreeg een Ziektewet-uitkering, die in 2013 werd beëindigd. In 2015 meldde appellant toegenomen arbeidsongeschiktheid binnen vijf jaar na de eerdere afwijzing, maar het UWV wees dit af omdat de toename pas na die periode was vastgesteld.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel. De Raad oordeelt dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat de toename van beperkingen pas na 31 augustus 2014, het einde van de vijfjaarsperiode, is vastgesteld. De diagnose ernstige depressieve stoornis werd pas in januari 2015 gesteld, en de dagbehandeling begon eveneens na deze datum. Daarom is geen sprake van toegenomen arbeidsongeschiktheid binnen vijf jaar na de eerdere afwijzing.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de WIA-uitkering wordt bevestigd.