ECLI:NL:CRVB:2019:459
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing WAO-uitkeringsaanvraag wegens onvoldoende informatieverstrekking
Appellant heeft op 18 april 2016 een aanvraag ingediend voor een WAO-uitkering. Het UWV heeft hem meerdere malen verzocht om aanvullende informatie te verstrekken die noodzakelijk was voor de beoordeling van zijn aanvraag. Ondanks verlenging van de termijn tot 10 juli 2016, heeft appellant de gevraagde gegevens niet tijdig aangeleverd.
Na ontvangst van onvoldoende informatie heeft het UWV de aanvraag op 25 juli 2016 buiten behandeling gesteld. Appellant maakte bezwaar, waarna het UWV hem opnieuw verzocht de benodigde documenten uiterlijk 6 oktober 2016 te overleggen. Omdat appellant ook toen niet aan dit verzoek voldeed, werd het bezwaar ongegrond verklaard.
De rechtbank Amsterdam oordeelde dat het UWV bevoegd was om de aanvraag op grond van artikel 4:5 Awb Pro buiten behandeling te laten, omdat de gevraagde informatie noodzakelijk was en appellant niet binnen redelijke termijnen had gereageerd. De Centrale Raad van Beroep sluit zich hierbij aan en bevestigt de uitspraak. Het hoger beroep wordt verworpen en er worden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de WAO-aanvraag wegens onvoldoende informatieverstrekking.