ECLI:NL:CRVB:2019:453
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging WIA-uitkering na zorgvuldig medisch onderzoek bevestigd
Appellante, voormalig administratief medewerkster, viel in 2005 uit wegens psychische klachten en ontving vanaf 2007 een WIA-uitkering. In 2015 vroeg haar ex-werkgever om een herbeoordeling, waarna een verzekeringsarts en arbeidsdeskundige concludeerden dat appellante minder dan 35% arbeidsongeschikt was en haar WIA-uitkering per 28 juni 2016 werd beëindigd.
Appellante voerde in bezwaar en beroep aan dat het medisch onderzoek onvoldoende zorgvuldig was en dat zij meer beperkingen had, waaronder psychische en somatische klachten, waardoor zij niet kon werken. De rechtbank oordeelde echter dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat de beperkingen op inhoudelijk overtuigende wijze waren gemotiveerd. De arbeidsdeskundige had bovendien de geschiktheid van geselecteerde functies uitvoerig beoordeeld.
De Centrale Raad van Beroep onderschrijft de conclusie van de rechtbank en wijst het hoger beroep af, omdat appellante geen nieuwe medische informatie of wezenlijk andere gezichtspunten heeft ingebracht. De beëindiging van de WIA-uitkering wordt daarmee bevestigd.
Uitkomst: De WIA-uitkering van appellante is terecht beëindigd na een zorgvuldig medisch en arbeidsdeskundig onderzoek.